dr. N.M. (Nienke) Vos



Deze pagina is verplaatst. U wordt doorgestuurd.

+31 20 59 82063
14a-00
n.m.vos@vu.nl
faculteit der geesteswetenschappen ( gesch/oudh/k&c )
Docent/Onderzoeker


Aanwezig:
op dinsdag en vrijdag. Via e-mail bereikbaar voor afspraak

Curriculum Vitae

Specialisme

Oudchristelijke hagiografie, oudchristelijke exegese.

Onderwijs

 
Periode 1-2:
Mastercollege over biografie in het vroege christendom (Oudchristelijk Grieks en Latijn: Patristische literatuur) & Maiorcollege/Lectuur 3 over biografie in het vroege christendom.
[Code: 525603; 525211; 525219]

Inhoud college
Uitgangspunt tijdens dit college is het boek van Michael Stuart Williams getiteld Authorised Lives in Early Christian Biography. Between Eusebius and Augustine (2008). Onderwerp van deze studie is de ontwikkeling van de vroegchristelijke biografie. Aan de hand van de verschillende hoofdstukken in het boek worden uiteenlopende beoefenaars van en werken binnen dit genre bestudeerd. Na een inleidend hoofdstuk wordt om te beginnen gefocust op de keizersbiografie over het leven van Constantijn, beschreven door Eusebius van Caesarea. Dan volgt een Cappadocische vader, Gregorius van Nyssa, die verschillende biografische, c.q. hagiografische, werken produceerde, zoals Het leven van Mozes, Het leven van de heilige Macrina (over zijn zus) en de Lof of Basilius (over zijn broer). In hoofdstuk 3 komen twee auteurs naar voren: Athanasius van Alexandrië (met zijn Vita Antonii) en Hiëronymus (met zijn Vita Pauli en Vita Hilarionis). Hoofdstuk 4 is vervolgens gewijd aan een geheel nieuw soort tekst: de autobiografische Confessiones van Augustinus. De complexiteit van deze tekst, waarin de auteur zichzelf portretteert, wordt aan analyse onderworpen. In een slothoofdstuk getiteld The end of sacred history en een conclusie wordt de thematiek van het boek hernomen. Tegen de achtergrond van de kerstening van het Romeinse Rijk wordt gepeild hoe vroege christenen hun eigen tijd ‘lazen’ tegen de achtergrond van een Bijbelse, intertekstuele grondstructuur. Bestudering van de studie van Williams gaat gepaard met het vertalen en bestuderen van relevante bronteksten in het vroegchristelijk Grieks en Latijn, alsmede het lezen van additionele wetenschappelijke literatuur in de vorm van artikelen en passages uit boeken.

Literatuur: Michael Stuart Williams, Authorised Lives in Early Christian Biography. Between Eusebius and Augustine, Cambridge Classical Studies, Cambridge: Cambridge University Press, 2008. 

Periode 4: Oudchristelijk Grieks en Latijn (jaar 2) [Code: 525101]

Periode 5: Antiek Christendom (jaar 1) [Code: 525006]

Onderzoek

De titel van mijn huidige onderzoeksproject luidt Bronnen van vroegchristelijke identiteit: de communicatie van geloofs- en levensidealen in bijbels perspectief. In mijn dissertatie van 2003 belichtte ik een aspect van de wijze waarop de vroegchristelijke literatuur bijbels is verankerd. Ik ging na hoe schrijvers van vroegchristelijke heiligenlevens (vitae) hun idealen legitimeren door een verwerking van het bijbelse materiaal. In mijn huidige en toekomstige onderzoek verdiep ik mij verder in de wijze waarop auteurs hun christelijke geloofsposities en levensidealen communiceren in verbondenheid met de bijbel. Hiertoe ontwikkel ik een aantal casestudies, waarbij voor verschillende genres wordt nagegaan hoe het samenspel tussen auteur en publiek, alsmede tussen boodschap en bijbel gestalte krijgt. Naast de hagiografie en de daaraan verwante spreukenbronnen worden uiteenlopende genres als de preek, de dialoog, de brief en het traktaat (in zijn apologetische, polemische, catechetische en theologische vorm) bestudeerd. Het meest recent heb ik mij verdiept in de brieven van Cyprianus. Met mijn onderzoek werp ik licht op de creatieve wijze waarop vroegchristelijke auteurs diverse genres benutten om -binnen een bijbels kader- hun ideeën te communiceren en hun publiek te vormen. 

Mijn onderzoek is ondergebracht in de landelijke onderzoeksschool voor klassieke talen OIKOS binnen de onderzoeksgroep Literatuur in de Hellenistische en Romeinse wereld (Literature in the Hellenistic and Roman Worlds). Ook functioneert mijn onderzoek binnen het project dat als een samenwerkingsverband tussen de opleidingen GLTC aan de VU en UVA is opgezet, getiteld Classical discourse: Ancient literature on the cross-road of language, literature, and society.

Ik ben lid van het Genootschap voor Oudchristelijke Studiën en betrokken bij het recent opgerichte Centrum voor Patristisch Onderzoek (CPO: een initiatief van de faculteiten godgeleerdheid aan de VU en de Universiteit Tilburg). Het onderzoek van het CPO richt zich op het thema mystagogie, de inwijding in het christelijke geloofsleven, ofwel geestelijke, spirituele vorming. Er bestaat een duidelijke verbinding tussen dit mystagogisch perspectief, dat tevens aansluit bij contemporaine culturele belangstelling, en mijn onderzoek naar de diverse middelen die vroegchristelijke auteurs benutten om hun visie op christelijke identiteit te communiceren. 

In 2006-2007 werkte ik mee aan een prekenbundel die werd uitgegeven door Vesuvius, onderdeel van de VU Uitgeverij. Door deze publicatie kon een breed publiek kennismaken met, onder andere, vroegchristelijke preken. Dergelijke vroegchristelijke literatuur is een bron van de huidige Europese cultuur. In mijn onderzoek ga ik na hoe vroegchristelijke schrijvers specifiek christelijke geloofswaarheden en geloofswaarden trachtten te communiceren en zo bijdroegen aan de vorming van een christelijke cultuur. Zulke reflectie op de historische verankering van identiteit wordt in onze tijd van snelle en grote culturele veranderingen steeds relevanter geacht, getuige de recente presentatie van een ‘historische canon’. Zo past mijn onderzoek bij de hedendaagse belangstelling voor de brongebieden van onze cultuur.

Publicaties

  • ‘Het Meesterschap van Anselmus’, in: Middeleeuwse Magister, Middeleeuwse Studies en Bronnen 117, red. M. Teeuwen en E. Rose, Hilversum: Uitgeverij Verloren, 2008, 117-143.
  • 750 jaar Dom en rondom: Vier publiekslezingen van Utrechtse kerkhistorici, Almere: Parthenon, 2009, red. N. Vos [103 pp.].
  • ‘Heilige patronen: Bijbelse en hagiografische noties bij Willibrord, Sint Maarten en zuster Bertken’, in: 750 jaar Dom en rondom: Vier publiekslezingen van Utrechtse kerkhistorici, Almere: Parthenon, 2009, red. N. Vos, 9-36.
  • ‘The Saint as Icon: Transformation of Biblical Imagery in Early Medieval Hagiography’, in : Iconoclasm and Iconoclash: Struggle for Religious Identity (Second Conference of Church Historians Utrecht), Jewish and Christian Perspectives Series 14, ed. W.J. van Asselt, P. van Geest, D. Müller, T. Salemink, Leiden/Boston: Brill, 2007, 201-216. 
  • ‘Origenes: Het offer van Abraham’; ‘Origenes: Wie is mijn naaste?’; ‘Johannes Chrysostomus: De dwaasheid van het kruis’; ‘Bernardus van Clairvaux: Verlangen naar de bruidegom’; ‘Bernardus van Clairvaux: Bij de dood van broeder Humbertus’, in: Van God gesproken: De mooiste preken sinds de bergrede, red. J. van der Laan, Amsterdam: Vesuvius, 2007, 17-50; 68-87. [Vertaalproject 2006: preken van Origenes van Alexandrië, Johannes Chrysostomus en Bernardus van Clairvaux.] 
  • ‘Biblical Biography: Tracing Scripture in Early Lives of Christian Saints’, in: Studia Patristica XXXIX, ed. F. Young e.a., Leuven: Peeters, 2006, 467-472.
  • ‘Zalig of lastig: armoede, ascese en christelijke identiteit’, in: Armzalig of armlastig?: Armoede als vraagstuk en inspiratiebron voor de theologie, Utrechtse Theologische Reeks 56, red. M. Farag e.a.,Utrecht, 2006, 57-71.
  • ‘Onthullende ontmoetingen met Martinus: Verbeelding van religieuze interactie in laat-antiek Gallië’, in: Religies in interactie: Jodendom en christendom in de oudheid, ed. B. Becking en G. Rouwhorst, Zoetermeer: Meinema, 2006, 123-138.
  • ‘De wondere wereld van de vroegchristelijke hagiografie: heiligenlevens, ascese en de Bijbelse stilering van Martinus en Benedictus',  in: Lampas 39:1 (2006) 60-79.

Recensies:

  • Cyprianus: Bidden in een boze wereld. Twee pamfletten uit het vroege christendom. Ingeleid, bezorgd en vertaald door Vincent Hunink, Budel: Damon, 2006 (112 pp.), recensie in Hermeneus: Tijdschrift voor Antieke Cultuur LXXVIII/IV (2006), 301

Uitgebreide publicatielijst

Overige activiteiten


Lidmaatschappen
2008- CPO: Centrum voor Patristisch Onderzoek
2006- OIKOS (landelijke onderzoeksschool klassieke talen; geassocieerd lid)
2005- Kerkhistorisch gezelschap
2002- NAPS: North American Patristics Society
2001- Genootschap voor Oudchristelijke Studiën